Zoek een vakantie














Uitgebreid zoeken

Geschiedenis

Corsica is duizenden jaren bezet en gekoloniseerd, mede door haar ideale ligging. De geschiedenis en cultuur van het eiland zijn een samensmelting van de Carthagers, Romeinen, Pisanen, Genuezen en uiteindelijk de Fransen. Al deze ontwikkelingen hebben de unieke identiteit van Corsica gevormd. Op deze pagina vertellen wij jullie de totale geschiedenis van dit bijzondere eiland.

Ga naar: Tijd voor Christus Barbaren Middeleeuwen
Pisaanse periode Genuese tijd Einde Middeleeuwen
Genuees beleid San Giorgio Sampiero en Genua
Morenhoofd vlag Corsica Frans bestuur 19e en 20e eeuw
Onafhankelijksbeweging Conclusie

De tijd voor Christus

Wanneer de eerste mensen zich precies op het eiland vestigden is niet bekend, maar er zijn aanwijzingen gevonden dat er 9.000 tot 10.000 jaar geleden mensen op Corsica zijn komen wonen. De archeologen vonden het skelet van de Dame de Bonifacio, een 40jarige vrouw die in 6.570 voor Christus was begraven. Dit skelet ligt nu in het Leviemuseum.

Daarna beleefde Corsica een grote toestroom van migranten. De neolithische bewoners uit die tijd hielden vee en weefden stoffen. Door de bevolkingsgroei kwam er steeds meer handel. Halverwege het 4e millennium voor Christus was het tijdperk van de megalithische monumenten. Dit zijn de indrukwekkende ruïnes van het oude Corsica, nog steeds te bewonderen in Zuid-Corsica bij Filitosa.

GRATIS eBook: met 12 populaire bezienswaardigheden

Een eBook met de 12 meest populaire bezienswaardigheden op Corsica. Inclusief afbeeldingen. Al meer dan 5.000 keer gedownload.

Rond 1.500 voor Christus werd het zuiden van Corsica binnengevallen door een volk dat de Torréens wordt genoemd. Deze naam kregen zij vanwege de vele torens, torri, die ze op het eiland bouwden. De Torréens heersten over het zuiden tot 600 voor Christus. Een onderlinge strijd tussen de stammen was aanleiding voor een verhuizing naar Sardinië.

In 565 voor Christus stichtten kolonisten de stad Alalia, maar in 259 voor Christus veroverde de Romeinen deze stad en noemde het Aléria. De plaats ontwikkelde zich eerst door Caesar en daarna door de keizers Hadrianus, Caracalla en Diocletianus. Later werd dit de hoofdstad van Corsica.

De Romeinse generaal Marius stichtte in 100 voor Christus de kolonie Mariana, iets ten zuiden van Bastia.

 Ruïnes van het oude Corsica in Zuid-Corsica bij Filitosa.

Ruines-bij-Filitosa-in-Zuid-Corsica

Invallen van de barbaren

De val van de Romeinen had direct invloed op Corsica. Het eiland werd al snel overspoeld met barbaarse volken en zorgen er onder andere voor dat Aléria werd verlaten. Nadat de Barbaren de Noord-Afrikaanse kust hadden veroverd stuurde ze alle bisschoppen van de bezette steden naar Corsica.

In 534 namen de Byzantijnen onder leiding van keizer Justinianus de macht in Corsica over. In 774 werden ze verslagen door de Franken, die in eerste instantie door de paus in Rome waren ingeschakeld in de strijd tegen de Longobardische dreiging. Peppijn de Korte, koning van de Franken, schonk Corsica aan paus Stefanus.

Na deze tijd keerde de rust voor de Corsicanen niet terug, vanuit het Middelandse Zeegebied was de opmars van de Arabieren gaande. Een reeks invallen langs de hele kust van Corsica was zo overweldigend dat er werd gesproken over een massale bekering tot de islam.

De middeleeuwen

Na het jaar 1.000 nam de invloed van het vasteland toe en ontwikkelde zich op Corsica een feodaal stelsel. Dit is een maatschappelijk stelsel waarbij iemand van een hogere klasse gebied te leen geeft aan iemand uit een lagere klasse, in ruil voor geld en andere diensten.

Helaas werd dit stelsel op het eiland stek beïnvloed door de macht van de clans. Deze strijd leverde tot een scheiding van Corsica, de noordoostelijke helft en het zuidwesten van herders. Door interne problemen kon het eiland zijn leger niet versterken. Het pausdom was daarom gedwongen de republieken Pisa en Genua te vragen de Arabieren te verslaan en stabiliteit op het eiland te brengen.

Pisaanse periode

In 1077 schonk de kerk de macht over Corsica aan bisschop Landolfe van Pisa. Zo begon de Pisaanse overheersing. Dit tijdperk kende goede culturele ontwikkelingen, maar door de rivaliteit met Genua moest paus Innocentius II in 1133 de 6 bisdommen van het eiland verdelen tussen Pisa en Genua.

De haven van Bonifacio werd in 1187 ingenomen door de Genuezen. Na deze inname stichtte ze in 1268 Calvi. Er zijn op het eiland veel overblijfselen van de Pisaanse heerschappij, bijvoorbeeld de Romaanse architectuur. De prachtige kerken La Canonica en San Michele de Murato zijn hier een voorbeeld van.

Kerk La Canonica: overblijfsel uit de Pisaanse tijd

La-Canonica-Corsica

Genuese tijd

Na de overwinning op Pisa verstevigde Genua snel haar greep op Corsica. Ze bouwde een reeks verdedigingswerken (zoals torens) te bouwen langs de kust en een bestuursstelsel te ontwerpen. Dit stelsel bleek lastig omdat veel lokale bestuurders zich verzette tegen de heerschappij en spoorde de bevolking aan tot opstand.

In 1297 schonk paus Bonifatius VIII Corsica en Sardinië aan de koningen van Aragón. Zij waren een flinke doorn in het oog van Genuese republiek en bleven dat tot de Fransen halverwege de 18e eeuw aan de macht kwamen.

Het einde van de middeleeuwen

De 14e eeuw was een moeilijke tijd voor Corsica. In 1348 werd de bevolking uitgedund door de Zwarte Dood en de slechte leefomstandigheden waren aanleiding voor een reeks opstanden. Aan de ene kant stonden de grootgrondbezitters die graag het feodale stelsel in stand wilden houden en aan de andere kant de gewone mensen die de adel kwijt wilden.

Een van de voorstanders van feodale stelsel was Arrigo della Rocca, die in 1376 de hulp inriep van de Aragonezen. Ook de gewone mensen hadden legendarische figuren, zoals Sambucuccio d’Alando. Met z’n allen richtte ze een confederatie om Corsica weer een gemeenschappelijk bezit te maken, dit in tegenstelling tot de andere machthebbers.

Genuees beleid

De Genuese republiek gaf in 1378 de Maona de macht over Corsica. Deze ging al snel failliet. Daarna kwam in 1420 Vincentello die een Spaanse vloot van 400 schepen naar het eiland leidde. Bonifacio bood als één van de weinige weerstand, de rest viel in handen van deze edelheer.

Ondanks het verzoek van de Terres des Communes, een confederatie van dorpen die Corsica tot één wilde maken, om de belangen van de Corsicanen te behartigen negeerden de Genuezen dit. Deze weigering vergrootte de kloof tussen de bewoners aan de kust en het binnenland, dat later voor grote problemen zou zorgen.

Een Genuese toren aan de kust bij Corsica

Genuese-toren

Bank van San Giorgio

In 1453 legde Genua het bestuur van Corsica in handen van de Bank van San Giorgio. Deze bank bestuurde Corsica met bijzondere macht. Één van de doelen was politieke macht houden door de macht van lokale landheren te beperken.

Sampiero en het einde van Genua

Sampiero Corso, in 1498 geboren in een gehucht bij Bastelica, was één van de vele eilanders die door armoede en traditie was gedwongen zich aan te melden als huursoldaat in het Franse leger. Na de ernstige botsing tussen Frankrijk en Spanje besloten de Fransen Corsica binnen te vallen om voet aan de grond te krijgen in het Middellandse Zeegebied. Sampiero Corso nam ook deel aan de Franse veldtocht.

De Genuese bolwerken vielen één voor één en zelfs het onneembare Bonifacio tot een vredesakkoord de Fransen dwong zich terug te trekken. Sampiero weigerde echter en bleef vechten tegen de Genuezen. Hij ging zelfs zo ver dat hij verschillende Europese hoven om hulp vroeg. In 1563 werd Sampiero vermoord. De Genuese heerschappij werd hersteld in 1569 en de volgende 200 jaar werd het eiland heen en weer geslingerd tussen rebellie en het normale koloniale bestuur. De macht van Genua nam af en de onvrede groeide.

Aan het begin van de 18e eeuw leidde een reeks opstanden tot onafhankelijkheid en aansluiting bij Frankrijk. De enige resten van de moeizame Genuese heerschappij die de eilanders nog zouden zien waren de rij kusttorens en de citadellen.

Het Morenhoofd (vlag van Corsica)

Dit hoofd is al 3 eeuwen het symbool van onafhankelijk Corsica. De koningen van Aragón gebruikten het om de overwinning op de Moren in de 13e eeuw te vieren en het werd overgenomen door lokale clanhoofden., daarna door Neuhof en toen door Paoli.

De vlag van Corsica met het morenhoofd

Vlag-van-Corsica-het-Morenhoofd

Frans bestuur

Tijdens de jaren van opstand en korte periode van onafhankelijkheid hield Frankrijk Corsica goed in de gaten. Aan de kant van Genua werd er tegen de Corsicanen gestreden. In 1768 stond het verzwakte Genua Corsica af aan Frankrijk, maar het Franse betuur begon pas na een laatste verzetspoging met de slag bij Ponte-Novo.

Het eiland werd toen bestuurd door een provinciehoofd en een militair gouverneur. Zij hadden als taak de opstanden hard de kop in te drukken. Corsica bestond uit provincies, elk met een eigen rechtbank. De steden verloren geleidelijk de privileges die ze van de Geneuzen hadden gekregen.

Aanhangers van de Franzen kregen bepaalde voordelen. Dat veroorzaakte onvrede onder het volk. Het Corsicaanse nationalisme was nog niet dood, zo bleek uit een opstand die in 1774 uitbrak in Niolo. Elk teken van revolutionaire activiteiten in Frankrijk betekende voor de Corsicanen reden tot actie. Ze keken niet werkeloos toe.

De Corsicanen bleven de strijd voor gelijke rechten voortzetten. In 1790 ontwapende het volk de laatste soldaten in Bastia en konden politieke gevangenen, als Paoli, terugkeren. Paoli vroeg de Engelsen om hulp. Hun tussenkomst leidde tot het Anglo-Corsicaanse koninkrijk met sir George Elliott als onderkoning. De gepasseerde Paoli ging naar Londen, waar hij in 1807 stierf.

In 1796 stuurde Frankrijk troepen om het eiland te heroveren. Ze werden geleid door een jonge, op Corsica geboren officier. Beter bekend als Napoleon Bonaparte. Hij zou altijd een sterke band houden met Corsica en in het bijzonder zijn geboortestad Ajaccio.

Napoleon tijdens de oorlog

Napoleon-op-het-slagveld

19e en 20e eeuw

Na de val van Napoleon in 1815 verliep de 19e eeuw op Corsica vrij rustig. De Franse invloed nam wel toe. Het stabiele economische en politieke klimaat zorgde voor een zeker acceptatie voor Frans bestuur onder Corsicanen. Er werden pogingen gedaan een middenklasse te creëren die de groei van het eiland zou ondersteunen en promoten. Één van de succesvolste initiatieven was ontwikkeling van de infrastructuur, die de communicatie sterk verbeterde.

De weg van Ajaccio naar Bastia werd aangelegd in 1827 en de spoorlijn in 1894 en in 1830 werd er permanente veerdienst ingesteld. Dat alles leidde tot een ongekende bevolkingsgroei, van 150.000 naar 300.000 in 100 jaar.

Tegelijkertijd werd de landbouw ontwikkeld, zelfs in de heuvel- en bergstreken in het binnenland. Halverwege de 19e eeuw kwam een middenklasse op. Korte tijd later beleefde Corsica helaas een terugval. De voornamelijk agrarische en relatief ouderwetse maatschappij kon niet concurreren met de landbouwproducten van het vaste land en sterke Franse kolonies.

Opnieuw werd Corsica, in de Eerste Wereldoorlog, zwaar getroffen door armoede. Daarom besloten duizenden Corsicanen om te emigreren, soms wel 5.000 tot 6.000 per jaar. In 1942 bezetten Italiaanse troepen Corsica en mede door de verzetsbeweging ‘Maquis’ werd Corsica in 1943 als eerste Franse gebied bevrijd.

Onafhankelijksbeweging

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog keerden veel geëmigreerde Corsicanen terug. In de jaren ’60 nam een nieuwe partij deel aan de verkiezingen, namelijk het Front Régionaliste Corse (FRC). In 1973 eiste het FRC samen met de Action Régionaliste Corse (ARC) zelfstandigheid voor Corsica, een gedecentraliseerde regering en bescherming van het Corsicaanse land tegen toeristenvoorzieningen.

Een reeks demonstraties eindigde in 1975 met het neerschieten van 2 agenten. Daarna werd het Front de Libération Nationale de la Corse (FLNC) opgericht. Dit was een beweging dat veel terroristische aanslagen pleegde. Toen de onafhankelijksbeweging aan populariteit toenam werd het eiland weer onderverdeeld in 2 gebieden (Noord en Zuid). Even later werd in 1981 de Universiteit van Corte heropend.

In de jaren ’90 nam het toerisme toe en Corsica heeft zich geschikt naar de centrale regering op het vaste land. Inmiddels is Corsica enorm populair onder toeristen en in 2009 zijn er meer goedkope vliegreizen en treinen verbeteren het reizen van, naar en op het eiland.

Graffiti met tekst van Front de Libération Nationale de la Corse (FLNC)

Front-de-Liberation-Nationale-de-la-Corse-FLNC

Conclusie: geschiedenis van Corsica

Zoals je ziet is de geschiedenis van Corsica omvangrijk en erg interessant. Vandaar dat veel Corsicanen vasthouden aan de tradities en hun achtergrond enorm belangrijk vinden. Bij veel bezienswaardigheden op het eiland zie je delen van de geschiedenis terugkomen.

Hopelijk heb je dankzij deze pagina nu een beter beeld van de geschiedenis van dit bijzondere eiland. Mocht je naar aanleiding van deze informatie nog vragen hebben, dan kun je ons altijd een mail sturen.